Het jaar waarin het boek verdween

0
94
Donkerblauw blokje

2010 was het jaar waarin het gedrukte boek verdween. Ik geloof dat het ook het jaar was waarin ik voor het laatst louter voor mezelf een boekhandel betrad. Tot dat jaar kon ik rustig een paar uur in een boekwinkel rondlopen. Mijn handen langs alle uitgestalde boeken laten glijden, achterflappen lezen, de geur van papier opsnuiven. Dat vond ik heerlijk. Ik hield, en houd, van boeken en las al sinds ik nog geen 4 jaar oud was. Precies 30 jaar later las ik met grote moeite mijn laatste gedrukte, papieren boek uit. Ik weet het nog goed. Het was Caesarion van Tommy Wieringa. Die moeite had niets te maken met het verhaal, maar met mijn ogen. Die waren inmiddels zo slecht geworden dat het lezen van een gedrukt, papieren boek niet meer ging.

Ik ging over op braille. Literair braille (letters, cijfers en leestekens) beheerste ik al een tijdje. Maar als ik nu een boek wilde lezen, moest ik het ook echt in braille gaan doen. Ik begon met iets makkelijks, Mijn jaar, van Roald Dahl. Een dun boekje waarin hij zijn natuurbelevingen had opgetekend. Een beetje zoals Jan Wolkers in zijn achtertuin had gedaan. Het lezen ging traag. Zo snel als ik met mijn ogen lezen kon, zo langzaam ging het met mijn handen. Maar ik zette door. Kilometers maken is dan het enige dat helpt.

Ondertussen druppelden alle gedrukte, papieren boeken mijn huis uit. Er lagen er honderden verspreid door mijn kleine flatje. Jaren van leesgeschiedenis. Herinneringen aan wat niet meer was. Ze waren overbodig geworden. Het afscheid was moeilijk. Ik was altijd zo’n fervent lezer geweest en boeken waren zo fijn om vast te houden, om overal mee naar toe te nemen. Maar op een gegeven moment was het klaar. De verzamelde boeken werden ballast en het was tijd om plaats te maken voor nieuwe dingen.

Tien jaar later, in 2020, veranderde mijn leesgedrag opnieuw rigoreus. Ik werd geopereerd en kreeg mijn eerste Cochleaire Implantaat. Nadat ik in braille De hemel verslinden van Paolo Giordano had uitgelezen, lukte het me in mei van dat jaar voor het eerst in mijn leven een luisterboek te verstaan. Het eerste audioboek dat ik uitlas was Het vogelhuis, van Eva Meijer. Er volgden nog vele anderen. Storytel werd mijn Netflix.

De huidige aversie tegen en discussie rond literaire expressie vind ik verschrikkelijk. Literatuur maakt me empathisch. Het zorgt voor begrip zonder de noodzaak om iets of iemand goed- of af te keuren. Het leert me om de wereld te bekijken vanuit de hoofden van andere mensen. Mensen die misschien totaal anders denken of totaal anders doen dan ik. Dat is rijkdom.