Mijn moeder droeg in haar jongere jaren steevast een broche van een gebroken geweertje op haar bovenkleding. Het was het symbool voor geweldloosheid. Mijn moeder had haar idealen. Ik mocht als kind dan ook geen speelgoed dat op een wapen leek, zoals een waterpistooltje. Dat was als één van de weinige dingen echt verboden bij ons thuis. Totdat mijn moeder in april 1981 samen met andere Rooie Vrouwen op het Binnenhof in Den Haag demonstreerde voor de legalisering van abortus. Ze zag hoe één van haar vriendinnen hardhandig met een wapenstok werd geslagen door een lid van de Mobiele Eenheid. Mijn moeder werd daarop zo boos dat ze die ME-er een klap verkocht. Toen ze na die bewogen dag thuiskwam, haalde ze het gebroken geweertje van haar blouse en heeft het sindsdien nooit meer gedragen. Dat maakte als kind grote indruk op me. Al mocht ik nog steeds geen waterpistooltje.
In de zomer van 2013 hield ik voor het eerst in mijn leven een echt wapen vast. Dat was naar aanleiding van een tv-documentaire die destijds over mij werd gemaakt. Het was een klein kaliber pistool. Ik hield het in mijn handen en voelde de macht die er vanuit ging. Het schieten op de schietbaan aldaar ging best aardig, ook al zag ik het papieren doelwit helemaal niet. Waarschijnlijk heeft het geholpen dat mijn lichaam, door honderden uren meditatie en daarmee gepaard gaande vertraagde ademhaling, goed getraind was in totaal bewegingloos zijn.

Mediteren doe ik nog steeds, maar lang niet meer zoveel als in dat “vorige leven”. Of het schieten deze keer net zo goed zou gaan, was dus nog maar de vraag. Daarnaast zou ik vanavond niet met een pistool schieten, maar met een geweer. Toen ik tijdens een multisportdag in de lunchpauze aan de marinier vertelde dat ik wel eens met een pistool had geschoten en dat graag nog eens wilde doen, was zijn antwoord kort maar krachtig: “Een pistool is laf. Schiet met een geweer.” Ik sputterde nog tegen dat een pistool wel in je Hermès handtas past. Ik bedoel, ik had het in gedachten helemaal voor me gezien. Ik als een soort Bond Girl, met een nauwsluitend, zwart, Prada mantelpakje aan, hooggehakte Louboutins aan mijn voeten en een grote zonnebril op. En dan liep ik zo, met m’n Hermès handtas in de hand, quasi verwaand naar het restauranttafeltje waar het nietsvermoedende doelwit aan zat te eten. Ik zette mijn handtas op het tafeltje, deed een beetje verveeld het slotje open en haalde er een klein, elegant pistool uit. Ik glimlachte flauwtjes, richtte en haalde de trekker over. Dan keek ik wat geïrriteerd naar beneden en veegde met twee vingers een spatje van mijn jasje, precies daar bij de welving van mijn borst. Vervolgens stopte ik het pistool terug in mijn Hermès handtas, draaide me om en liep verwaand weer weg.
Maar goed, het werd een geweer. Een luchtgeweer, om precies te zijn. En omdat zo’n ding nogal zwaar is, stond het op een standaard. Maar wie denkt dat het daardoor makkelijker werd, komt bedrogen uit. Het geweer kon namelijk nog steeds alle kanten op. En dat deed het dan ook, heel makkelijk zelfs. Ik moest het blijven vasthouden, anders zou het gelijk naar zijn zwaarste kant klappen.
Op de papieren schietschijf stond een felle lamp gericht. Op het vizier van het geweer zat een lichtsensor, die het licht omzette in een pieptoon. Die hoorde ik door een koptelefoon. Hoe hoger de piep werd, hoe dichter ik bij de roos kwam. Klinkt simpel, maar de praktijk bleek anders. Het ging om millimeters. Ik hoefde het geweer maar een heel klein beetje te bewegen en het geluid was weg. Sterker nog, het geluid überhaupt vinden, was al een hele toer. En als ik het dan te pakken had, moest ik het zien vast te houden en binnen die piepkleine marge de hoogste toon zien te vinden. Dat vroeg heel veel geduld, rust en concentratie. Dat bleek ik te hebben.

Ik vond het leuk om te doen. Maar omdat ik het wapen niet in mijn handen vasthield, niet echt voelde als verlengstuk van mijn lichaam, en omdat lucht geen diepgevoelde knal geeft, maar een pafje, ontbrak er een bepaalde sensatie. Als doofblind persoon wil je het echt vóelen. Maar het gaf me geen Bond Girl vibes. Het was meer een leuk, technisch spelletje. Ook niets mis mee natuurlijk. Dan stel ik me daar gewoon op in.

