Het is ontzettend fijn om te weten wie ik ben. Mijn ware zelf te kunnen voelen en ervaren. Mijn kernwaarde, mijn waarden en mijn morele kompas, die hieruit voortkomen, zijn mij volstrekt helder. Daarnaast weet ik wat goed voor mij en mijn lichaam werkt. Dit geeft me veel rust in mijn dagelijkse leven.
Tegelijkertijd merk ik dat het lichaam niet vergeet. The body keeps the score. Ik heb dubbel trauma opgelopen. Eerst door die afschuwelijke gebeurtenissen zelf, vervolgens secundair trauma door de verbijsterende reacties (of juist het zwijgen) van hem en de mensen om hem heen. Dat blijft mijn lichaam nog lang in zich dragen. Daar moet ik mee leren omgaan.
De dader was in mijn eigen huis geweest. Juist op een plek waar ik me veilig had moeten voelen. Daarnaast had hij het toen gedaan op een moment waarop ik op mijn aller-kwetsbaarst was.
Hij heeft mijn vertrouwen in mensen ernstig geschaad.
Ik ga niet meer onbevangen door het leven waar het mensen aangaat. Ik heb sociale angst. Dit is een logisch gevolg van hoe het lichaam zich aanpast aan gevaar. Het stress-systeem heeft geleerd dat mensen mogelijk gevaar opleveren, dus slaat het snel aan in sociale omgevingen. Dat zorgt voor angst en wantrouwen. Het kost me veel energie en moeite om hiermee om te gaan, naast al die energie die mijn aandoening mij al kost. Ik moet het steeds opmerken, ondervangen, cognitief stappenplannen doorlopen om het in goede banen te leiden. Steeds maar toepassen wat ik erover heb geleerd. Dat kan uitputtend zijn. Dus kies ik er ook regelmatig voor om gewoon maar thuis te blijven. Door mijn doofblind zijn ligt isolatie al snel op de loer. Sociale angst en wantrouwen helpen me hier totaal niet bij. Integendeel. Het maakt mijn wereld alleen maar nog kleiner.
Lange, lange tijd bevroor ik snel in gesprekken. Ineens kon ik niet meer nadenken, verdwenen de woorden, kreeg ik black-outs. “Praten is onveilig, stilte is veiliger.” Pas de laatste paar jaar gaat dit beter. Onlangs had ik een (toegezegd) telefoongesprek met een mij onbekende man, die graag voor zichzelf mijn ervaring wilde horen over het dragen van twee CI’s. Toen ik ophing realiseerde ik me het ineens. Ik had heel openhartig gesproken, vragen gesteld en beantwoord, geluisterd. Ik had me geen moment onveilig gevoeld. Ik was zo blij met die constatering!
Hij heeft mijn nachten gestolen.
Ook mijn zenuwstelsel raakt sneller ontregeld. Ik ben in bepaalde situaties constant alert. Zo kan ik niet meer alleen slapen. Als ik slaap, ben ik namelijk kwetsbaar, zeker ook omdat ik dan mijn CI’s uit heb en volledig doofblind ben. En hij is juist op zo’n ontzettend kwetsbaar moment mijn lichaam binnengedrongen. Ik moet iemand naast me hebben liggen die ik vertrouw. Zodat ik zelf een beetje kan rusten. Dat mag ook in een ander bed in dezelfde kamer zijn, zoals bijvoorbeeld tijdens de Sailwise weekenden. Maar ik moet het altijd regelen van tevoren. Ik kan niets meer alleen ondernemen, als dat betekent dat ik ergens alleen moet overnachten. Ik slaap dan gewoon niet. Helemaal niet. Ik moet er niet aan denken dat mijn man eerder komt te overlijden dan ik. Ik heb geen flauw idee wat ik dan moet.
Deze gevolgen van trauma en secundair trauma uiten zich vooral als mijn lichaam vermoeid is. Wat er gebeurd is, heeft impact op mijn leven. Nog steeds. En het komt bovenop de impact van Usher syndroom. Van gehandicapt zijn in een niet-gehandicaptnormatieve wereld.
Ik heb lang schaamte gevoeld. Dat is inmiddels gelukkig voorbij. Gisele Pelicot heeft gelijk. Het is tijd dat schaamte van kant wisselt. Ik geef de volledige schaamte nu aan de mensen aan wie het toebehoort. Aan hem en de anderen. Op een presenteerblaadje. Alsjeblieft.

