Een paar maanden geleden heb ik een intensief gesprek gevoerd. Het was misschien wel de belangrijkste en meest impactvolle daad die ik in mijn kleine leven kon doen. Voor de samenleving, voor de toekomst van dit land, voor het welzijn van andere mensen. Het was niet makkelijk. Het was pijnlijk om te doen. Niet fysiek, maar emotioneel. Het vroeg daarom veel moed om het aan te gaan. Maar ik ontving er niets voor terug. Geen applaus, geen lofuitingen. Geen medaille, geen erepodium. Geen speciale appgroep vol foto’s en video’s van de gebeurtenis, geen saamhorigheidsgevoel. Geen promotie, geen geld. Ik kreeg er geen lintje voor, geen toespraak van de burgemeester. Geen “Het heeft Hare Majesteit de Koning behaagt…”. Geen lieve berichtjes of aardige telefoontjes. Ik had het graag gewild, wat externe erkenning, maar kreeg niets. Dat wist ik vantevoren. Het gebeurde namelijk anoniem en achter gesloten deuren. Niemand wist ervan. Er was geen trompetgeschal. Er waren alleen twee dankbare mensen die zonder (onder andere) mij hun belangrijke werk niet hadden kunnen doen. En toen ze weg waren, restte er niets anders dan stilte.
Naderhand maakte ik een wandelingetje door het park. Daar waar de zon door de bomen scheen, stond ik even stil en richtte met gesloten ogen mijn gezicht naar de warmte. Ik dacht aan mijn moeder, aan de naald in haar arm. Sommige, echt moedige daden in je leven draag je alleen.

