De taxichauffeur 1

0
20
Paars blokje

Ze helpt mij en mijn hond de taxibus in en gaat zelf weer achter het stuur zitten. Het is gelukkig een comfortabele bus, met van die fijne stoelen. Want we hebben een lange rit voor de boeg. We babbelen wat over koetjes en kalfjes. Ik vraag of ze nog andere mensen gaat ophalen. “Nee,”, antwoordt ze, “we blijven lekker samen.”
Vlak voordat ze de snelweg opdraait, begint de taxichauffeur haar verhaal. Het zit haar hoog, ze wil duidelijk iets kwijt. Ze kan het niet meer voor zich houden. Voorzichtig zoekt ze naar woorden. Het gaat over een vriendin van haar. Ze praat in de derde persoon enkelvoud. Maar ik begrijp onmiddellijk dat dit niet over een vriendin gaat. Dit verhaal gaat over haarzelf.

Er volgt een verschrikkelijk relaas. Over een narcistische partner. Over huiselijk geweld. Al benoemt ze dat niet met zoveel woorden. Over manipulatie, geslijm en gaslighting. Over hoe die partner steeds maar de schuld bij haar vriendin legt. Alles is haar schuld, echt alles. En over hoe die vriendin niet goed weet wat ze moet doen. Dat ze er zo van in de war raakt. Hoe moeilijk het is.

Als ze klaar is, zwijgen we allebei een tijdje. Het is een afschuwelijk verhaal, maar ik vind het een eer dat ze het me toevertrouwt. Dan vertel ik over hoe ik iets soortgelijks heb meegemaakt. Geen huiselijk geweld weliswaar, maar wel een narcistische partner, die veel loog en alles externaliseerde, buiten zichzelf plaatste. En hoe het bij mij ook een tijd duurde voordat ik eruit kon stappen.
“Maar weet je,”, zeg ik tegen haar, “als je vriendin sterk genoeg is om het allemaal te verdragen, is ze sterk genoeg om weg te gaan.”
“Oh wow…”, zegt mijn bestuurder bedachtzaam. “Die is goed, zeg.”
De rest van de rit zeggen we niet veel meer. Als ik op mijn bestemming ben gekomen, geef ik haar een knuffel en fluister iets in haar oor. Ze knikt en stapt de bus weer in.