Na dat eerste jaar besloot ik om me nooit meer beschikbaar te stellen voor het Nederlandse Blind Baseball Team en dus ook nooit internationale wedstrijden te zullen spelen. Al snel merkte ik dat dat besluit me goed beviel. Geen prestatiedruk meer, geen stress, geen gedoe. Geen ego en geen oeverloos geouwehoer over alles en iedereen. In plaats daarvan tijdens trainingen en onderlinge wedstrijden gewoon lekker genieten van het spelletje en van de mensen om me heen. Ik heb er op deze manier zoveel meer plezier in. Het gevolg hiervan is dat ik tijdens onderlinge wedstrijden vrij constant en consistent de rinkelende honkbal goed sla. Wie vanuit liefde speelt, heeft niets te verliezen. Ik kwam daar achter toen ik cello leerde spelen. Maar het geldt voor zoveel meer dingen in het leven.
Ik weet dat er nu aannames de ronde doen dat ik fysiek niet sterk genoeg zou zijn om er internationaal bij te kunnen zitten. In zekere zin klopt dat, maar dat is voor een groot gedeelte ook mijn eigen keuze; ik heb niet, zoals in het eerste jaar, thuis aan mijn conditie of kracht gewerkt. Had ik wel kunnen doen. Nee, de keuze om me niet beschikbaar te stellen heeft andere redenen en is geheel autonoom door mijzelf gemaakt. En al een hele tijd geleden.
Afgelopen zaterdag gebeurde er tijdens een wedstrijd tegen de Flying Foxes in Beek iets wonderbaarlijks. Iets waar ik drie jaar over heb gedaan. Ik bereikte na mijn slag het tweede honk! Onder het rennen voelde ik dat het goed ging en durfde ik zelfs nog een sprintje te trekken. Wat een geweldig gevoel om het honk onder mijn voeten te voelen en te beseffen dat ik niet uit was. Dat ik het gehaald had! Als eerste doofblinde persoon! Want toen ik vervolgens na een mooie slag van mijn Moorfielders teamgenote naar honk drie rende, realiseerde ik me in een flits dat ik die door al het andere geluid helemaal niet hoorde. Ik liep letterlijk en figuurlijk op gevoel. Ik werd me in die nanoseconde ook ervan bewust dat ik niet bang was. Dat er rust en vertrouwen in me zat. Ik dacht: “Ik hoor hem zo wel, als ik dichterbij kom.” En dat was zo. Ik haalde ook het derde honk! Mijn hemel, wat gebeurde hier?! Ik was zo blij, ook voor mijn teamgenote, die ondertussen op honk twee was aangekomen. Dat we allebei de honken bezet hielden, heb ik als een soort fotomoment in mijn geheugen gegrifd. Om nooit meer te vergeten. Na de volgende slag rende ik in een kaarsrechte lijn over de thuisplaat heen, al telde dat punt helaas niet. Maar wat waren we blij met z’n allen. Het werd er eentje voor in de boeken.

