Niemand zijn

0
69
Paars blokje

Een paar weken geleden heb ik een grote droom moeten opgeven. Na bijna twee jaar ermee bezig te zijn geweest, besloten mijn man en ik ons Tiny House bouwproject te stoppen en onze idyllische bouwkavel op een prachtige, groene plek aan de dijk te verkopen. Op die donderdagavond zetten we definitief een streep door alle plannen en draaide ons leven in één klap 180 graden. Twaalf dagen later kochten we een mooi, licht en zeer toegankelijk appartement. Van een tiny house naar een penthouse in een bliksemflits. Max Verstappen kan er een puntje aan zuigen.

Het verlies daalde langzamer in. Het sijpelde door mijn bloedvaten. Het maakte me verdrietig en bij vlagen somber. Ik heb iets verloren. Ik voel rouw, hoewel er niemand is gestorven. Toch voelt het wel een beetje zo. Alsof er iets in mij dood is gegaan. En ik realiseer me heel goed wat dat is. Ons tiny house project gaf me een identiteit. Door zo bezig te zijn met duurzaamheid, energieneutraal wonen en leven en zelfvoorzienend zijn, wás ik iemand. Ik was diegene met dat duurzame tiny house aan de dijk. En nu is diegene er niet meer.

Ik dacht dat ik nu zo onderhand wel aan verlies gewend zou zijn. Ik ken het immers in vele vormen en gedaanten. Ik dacht ook dat ik nu zo onderhand mijn identiteit niet meer zou ophangen aan uiterlijke vormen. Ik heb nota bene meer dan twintig jaar mindfulness training in mijn lijf en leden zitten. Ik zou beter moeten weten. Maar het leven confronteert me keer op keer opnieuw. Als Odysseus op zijn schip, op weg naar huis. Het verlangen om iemand te zijn zit zo diep verankerd in een mens, in mij, dat na het besluit te stoppen met ons tiny house de angst zich onmiddellijk aan me opdrong. Mijn God, ik wás iemand. En wie ben ik nu dan nog? Als ik straks in dat appartement woon, met de geleidelijnen voor de deur. De gehandicapte? Toch weer die angst om enkel de gehandicapte te zijn. En verder niemand.

Ik zat op mijn kamer hierover na te denken. Wat als ik mijn angst zou volgen in plaats van wegdrukken. En het me eens voor zou stellen. Hoe zou het zijn om niemand te zijn? Hoe zou het voelen? Ik ging op mijn ronde kussentje zitten en liet alles varen. Alle rollen die ik vervul, alle omschrijvingen van wie ik ben, al mijn identiteiten. Met elke uitademing liet ik steeds meer los. Totdat er niets meer van me over was. Van wie ik dacht te zijn. Twintig minuten zat ik op die manier stil op mijn kussen. Ik was niemand. Het voelde als een grote opluchting. Even was ik helemaal vrij.